Nieuws & Acties

Verslag debat speelcasinoregime & privatisering Holland Casino

Het was op 5 februari 2019 de dag dat we met z’n allen klaarzaten. We zaten op het puntje van onze stoel voor het debat over het wetsvoorstel Kansspelen op afstand. Een week later zaten we opnieuw klaar toen op 11 februari het tweede debat plaatsvond, waarin onder meer werd ingegaan op de brief van minister Dekker waarin een aantal belangrijke vragen werd beantwoord en waarin zes moties naar voren zouden komen.

Casino.nl verslag debat wet op kansspelen

Toch zaten we niet alleen daarvoor voor ons computerscherm, want er was ook een gerelateerd maar ander agendapunt: over het speelcasinoregime en de privatisering Holland Casino. En da’s bijna net zo interessant. Een verslag over de langverwachte vergadering.

Samenvatting

Op dinsdag 5 februari 2019 debatteerde de Eerste Kamer over twee gerelateerde wetsvoorstellen over gokken, de Wet kansspelen op afstand (Koa) en de Wet modernisering speelcasinoregime. Met het eerstgenoemde wetsvoorstel wordt gestreefd naar het legaliseren van online kansspelen in Nederland, terwijl met het tweede voorstel wordt beoogd de casinomarkt te liberaliseren en daarom Holland Casino te privatiseren. De gedachte daarachter is dat de overheid van mening is dat het aanbieden van kansspelen niet meer tot de kerntaken van de regering behoort. Wel heeft minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker laten weten dat de Wet kansspelen op afstand de prioriteit krijgt boven de privatisering van Holland Casino. Dat is ook gebleken uit het feit dat het eerste wetsvoorstel op dinsdag 19 februari tot stemming komt en dat het tweede wetsvoorstel wordt aangehouden. De voorwaarde die daarbij is gegeven is dat er wel een vervolg komt voor 27 mei 2019. Dat is namelijk de datum dat er verkiezingen worden gehouden voor de nieuwe Eerste Kamer. Met het oog daarop is minister Dekker gevraagd om met een brief te komen waarin nadere uitleg wordt gegeven op de vragen die vooral tijdens het eerste debat naar voren zijn gekomen. Mocht daar eind mei, om welke reden dan ook, geen gehoor aan zijn gegeven dan wordt het wetsvoorstel modernisering speelcasinoregime tot stemming gebracht.

Wat zijn de belangrijkste vraagtekens?

Dat er vooralsnog geen duidelijk uitsluitsel is over het wetsvoorstel modernisering speelcasinoregime, is wel gebleken uit het grote aantal twijfels dat de Kamerleden over het voorstel uitten. Grofweg gezien kunnen deze als volgt worden onderverdeeld:

  1. Waarom is modernisering nodig als Holland Casino het als staatsbedrijf uitstekend doet?
  2. Hoe moet door nieuwe aanbieders voor een balans worden gezorgd tussen enerzijds winstmaximalisatie en anderzijds gokverslavingspreventie?
  3. Hoe worden geïnteresseerde kopers beoordeeld?
  4. Waarom worden de Holland Casino-vestigingen verdeeld in een kavel van 10 en 4?
  5. Hoe wordt het personeel van Holland Casino in bescherming genomen in een nieuwe marktsituatie?
  6. Is het wel verstandig om het wetsvoorstel voor de kansspelen op afstand en het wetsvoorstel modernisering speelcasinoregime gelijktijdig te bespreken?

1. Is modernisering wel een vooruitgang?

René Dercksen van de PVV geeft aan dat de wet de benaming “Wet modernisering speelcasinoregime” heeft gekregen en stelt meteen de kritische kraag: wat is de definitie van ‘modernisering’ eigenlijk? Net als een aantal andere Kamerleden geeft Dercksen aan dat het exploiteren van een casino misschien niet zozeer een staatsgelegenheid is, maar dat “de situatie nu eenmaal zo is”. Maar of het daarom wel verstandig is dat allerlei regels en procedures moeten worden ingevoerd die dan toch weer moeten worden gecontroleerd? Dan is het veel logischer om Holland Casino in staatshanden te houden. Uiteindelijk is dat niet alleen effectiever maar ook goedkoper, zo stelt Dercksen namens zijn fractie.

Alom vraagtekens of modernisering wel verstandig is

Mirjam Bikker van de Christenunie stelt ook die vraag (“Is de modernisering een verbetering?”), net als André Postema van de PvdA (“Holland Casino kwijt zich voorbeeldig van zijn taak”). De heer Diederik van Dijk van de SGP doet daar nog een schepje bovenop: hij geeft aan dat kansspelen aanbieden “weliswaar geen taak is van de overheid”, hij steekt ook niet onder stoelen of banken dat gokken eigenlijk helemaal niet zou moeten worden toegestaan.

Sophie van Bijsterveld van de CDA sluit de twijfels over de noodzaak van een modernisering op passende wijze af door de volgende vraag te stellen: “Kan de regering nog eens uitleggen waarom het huidige stelsel moet worden vervangen door een complex nieuw systeem, waarbij niet-naleving en vooral bevordering van deelname aan spelen op de loer ligt?” Daarnaast geeft Van Bijsterveld ook aan dat het op dit moment “goed gaat” en dat dit “anders is dan bij het andere voorstel”. In de fysieke gokmarkt is namelijk nauwelijks illegaal aanbod. Daarmee impliceert ze dat er ook geen behoefte is aan modernisering van de wet.

2. Winstmaximalisatie vs. preventie gokverslavingen

Net als bij het wetsvoorstel KOA is de verhouding tussen winstmaximalisatie en de preventie van gokverslavingen een punt van discussie. Dercksen (PVV) vraagt zich ook af of de consument wel beter af is in een nieuwe situatie, onder meer door Holland Casino’s uitstekende staat van dienst op het gebied van verslavingspreventie. Hij voorziet dat nieuwe aanbieders, die naar niets anders streven dan naar winst, daar veel minder effectief in zullen zijn dan Holland Casino. Volgens Mirjam Bikker van de Christenunie staan de gebruikelijke kenmerken van een markt – winstmaximalisatie en het vergroten van een marktaandeel – eveneens in schril contrast met de doelstellingen van verslavingspreventie. André Postema (PvdA) uit eveneens zijn twijfels door te zeggen dat de nieuwe partijen op de markt het aankoopbedrag zullen moeten terugverdienen. Commerciële en internationale casino-exploitanten zullen (ook vanwege de druk van aandeelhouders) geen geduld hebben en er “alles aan doen om de vraag naar hun diensten juist zoveel mogelijk toe te laten nemen”.

3. Beoordeling en toelating van geïnteresseerde kopers

Met het opengooien van de markt moeten er nieuwe exploitanten worden toegelaten. Er bestaan daarom volop twijfels over de mogelijke geïnteresseerde kopers. De kans dat het volgens Dercksen (PVV) om “Nederlandse aanbieders gaat” is bijzonder klein, en dat betekent niet alleen dat er minder zicht is op het beleid van buitenlandse exploitanten, maar ook dat de winsten via allerlei constructies naar het buitenland zullen vloeien. Minister Dekker reageert daar op zijn beurt weer op door te zeggen dat de Kansspelautoriteit (KSA) daar streng op zal toezien en dat de Eerste Kamerleden zich er ook bewust van moeten zijn dat niet de hele markt wordt opengegooid. Het gaat slechts om een milde vorm van concurrentie en er zal geen sprake zijn van een sterke groei in het aantal nieuwe aanbieders. Staatssecretaris Menno Snel onderstreept dat en geeft ook aan dat er bij nieuwe vergunninghouders geen onderscheid moeten worden gemaakt op basis van land van herkomst, maar op kwaliteit en reputatie.

4. Verdeling kavels Holland Casino-vestigingen

Dat de veertien Holland Casino-vestigingen in Nederland worden geprivatiseerd is duidelijk, maar de manier waarop deze moeten worden verdeeld is nogal opmerkelijk. Van de 14 locaties moeten er namelijk 10 stuks in handen komen van een enkele aanbieder. Dan zijn er nog 4 vestigingen die door een tweede partij mogen worden gekocht en worden er nog 2 losse (en dus extra) vergunningen vrijgegeven. Dat is volgens Margo Andriessen (D66) een wat gekke verdeling. Andriessen wil daarom weten waarom de kavel van vier vestigingen niet kan worden verdeeld in kleinere kavels? Ook volgens André Postema (PvdA) is de beoogde opzet maar moeilijk te begrijpen. René Dercksen (PVV) stelt bovendien de vraag hoe moet worden voorkomen dat deze kleinere groep vergunninghouders afspraken met elkaar gaat maken? Minister Dekker zegt daarop dat er voor een balans moet worden gezorgd. Het moederbedrijf, waarvan wordt verwacht dat de naam Holland Casino wordt gecontinueerd, moet namelijk genoeg ‘body’ bevatten en de tweede speler moet ook ‘belangrijk genoeg’ zijn. Vandaar dat wordt gekozen voor een kavel van vier vestigingen.

5. Personeel Holland Casino

Wie het hardst geraakt worden door privatiseringen? Dat zijn meestal toch de werknemers.

De Eerste Kamerleden willen daarom opheldering over wat er gaat gebeuren met de 3000 medewerkers van het staatscasino. Door de privatisering is het niet ondenkbaar dat een deel van die banen zal verdwijnen. René Dercksen (PVV) wil dat de minister (Dekker) zich meer gelegen laat liggen aan de situatie van deze mensen en hun gezinnen. André Postema (PvdA) deelt die mening. Hij uit zijn vraagtekens over wat privatisering zal betekenen voor de werkzekerheid, maar ook de arbeidsvoorwaarden van deze mensen.

6. Timing wetsvoorstel KOA en wetsvoorstel speelcasinoregime

Dat de wetsvoorstellen Kansspelen op Afstand en modernisering van het speelcasinoregime gelijktijdig worden besproken, is volgens de meeste Eerste Kamerleden niet even handig gekozen. André Postema zegt daarover namens zijn fractie PvdA zelfs dat de “publieke belangen te groot zijn” om daar nu een gok op te wagen en dat het “geen goed idee is” dat zowel het online gokken als de landbased casinomarkt in één keer worden opengegooid. Minister Dekker vindt echter dat het tijd is om Holland Casino te privatiseren en niet alleen omdat het nu toevallig goed gaat met het staatscasino. Dat kan over 5 of 10 jaar ineens anders zijn, zo stelt hij. Volgens Dekker zou het daarom nu een goed moment zijn om de markt open te gooien, maar benadrukt wel dat het nieuwe casinostelsel pas vanaf 2022 in werking zou moeten treden. Voor de online gokmarkt wordt gestreefd naar medio 2020.

Quote: Gokken maakt meer kapot dan je lief is.

Diederik van Dijk (SGP)

De balans opmaken: wat verwachten we?

Terwijl bij het wetsvoorstel kansspelen op afstand vrijwel iedereen het er eigenlijk wel over eens is dat de wet moet worden gemoderniseerd, is de steun voor een modernisering van het speelcasinoregime beduidend lager. Sterker nog, er lijken, uitgaande van de sentimenten tijdens de laatste twee vergaderingen, op dit moment maar weinig voorstanders van de beoogde modernisering. We kunnen daarom vooralsnog de volgende balans opmaken:

Voor:

  • Menno Knip (VVD): is het enige Eerste Kamerlid dat openlijk uitspreekt voorstander te zijn van beide wetsvoorstellen en geeft daarmee dus indirect aan voorstander te zijn van de modernisering van het speelcasinoregime.

Tegen:

  • René Dercksen (PVV): is erg veel aan het woord geweest tijdens de debatten en stelde zich erg kritisch op over het wetsvoorstel. Heeft grote zorgen over de arbeidsrechten van het Holland Casino-personeel, twijfelt of de consument wel beter af is, en ziet niet in waarom een modernisering van het speelcasinoregime überhaupt nodig is.
  • Mirjam Bikker (ChristenUnie): is sowieso tegenstander van welke vorm van legalisering van gokken dan ook, maar vindt dat bij een liberalisering van de markt niet voldoende kan worden gegarandeerd dat nieuwe aanbieders de balans zullen vinden tussen het doel om winst te maken enerzijds en het nastreven van een adequaat gokverslaving preventiebeleid anderzijds.
  • André Postema (PvdA): is erg uitgesproken en vindt dat het niet het moment is om de markt open te gooien. Holland Casino doet het naar zijn mening uitstekend en is van mening dat nieuwe aanbieders te veel gericht zullen zijn op het maken van winst, in plaats van het welzijn van de speler. Vindt het verder onhandig dat beide voorstellen tegelijk worden behandeld.
  • Diederik van Dijk (SGP): is fel tegenstander van de legalisering van kansspelen en vindt dat gokken verboden moet zijn. Ziet nieuwe aanbieders op de markt als puur commerciële bedrijven die alleen maar zullen streven naar winst. Dat kan voor spelers alleen maar nadelig uitpakken.
  • Arda Gerkens (SP): de SP staat volgens haar fractie voor een restrictief gokbeleid, iets dat op dit moment naar behoren wordt ingevuld door Holland Casino. Ziet niets in het toelaten van nieuwe, commerciële partijen.
  • Sophie van Bijsterveld (CDA): stelt de vraag waarom er wordt gestreefd naar modernisering als er überhaupt nauwelijks illegaal aanbod is. Er is dus een heel andere situatie dan bij het wetsvoorstel KOA. Vindt dat privatisering alleen maar meer gokverslavingen in de hand zal werken.
  • Tineke Strik (GroenLinks): weet haar twijfels op treffende wijze samen te vatten door te zeggen: “waar wij als GroenLinks bij het wetsvoorstel KOA vooral veel vragen en twijfels hebben, hebben bij het wetsvoorstel Modernisering speelcasinoregime fundamentele bezwaren de overhand.

Onduidelijk:

  • Niko Koffeman (PvdD): heeft het tijdens de vergaderingen alleen maar gehad over het wetsvoorstel KOA en is niet ingegaan op het wetsvoorstel modernisering speelcasinoregime. Aangezien Koffeman tegen het legaliseren van online gokken is, is de verwachting dat dit wetsvoorstel ook niet op de steun kan rekenen van zijn fractie. Toch valt dit niet eenduidig te concluderen.
  • Henk ten Hoeve (OSF): neemt geen duidelijke stelling in, maar vindt wel dat de huidige rol van de overheid bij het staatscasino niet conflictueus is, terwijl dat bij een nieuwe regeling waarbij aanbieders die naar winst streven, maar zich ook moeten inzetten voor de preventie van verslavingen, wel het geval is.
  • Margo Andriessen (D66): stelt vraagtekens of er wel betrouwbare kopers kunnen worden gevonden voor de te verdelen vestigingen. Wil ook weten waarom de kavel van vier niet kan worden verdeeld in kleinere kavels.

Quote: Juist de mensen die men moet beschermen, kunnen belangrijk zijn voor de omzet.

Tineke Strik (GroenLinks) over de toetreding van nieuwe commerciële aanbieders.

Wat nu?

Minister Sander Dekker heeft aangegeven dat inwerkingtreding van de wetswijziging inzake kansspelen op afstand de prioriteit krijgt boven het wetsvoorstel dat Holland Casino zal privatiseren. Dat het wetsvoorstel KOA meer prioriteit heeft, is ook wel gebleken tijdens vooral de tweede vergadering. Daarom werden namelijk zes moties ingediend voor het wetsvoorstel KOA en werd eveneens bepaald dat er op dinsdag 19 februari een stemming zal worden gehouden, terwijl het wetsvoorstel speelcasinoregime werd overgeslagen. Wel verleende de Eerste Kamer deze aanhouding met de voorwaarde dat de Kamer nog in huidige samenstelling zich moet uitspreken over het vervolg. Deze voorwaarde werd gesteld in verband met de verkiezingen voor een nieuwe Eerste Kamer, die op 27 mei worden gehouden. Minister Dekker is daarom verzocht om uiterlijk eind mei met een brief te komen. Als dat niet het geval is, dan wordt het voorstel zoals het nu voorligt in stemming gebracht.

First Things First

Terwijl we bij Casino.nl gematigd optimisch zijn over de afloop van de stemming van morgen 19 februari over het wetsvoorstel, hebben we onze ernstige twijfels over het welslagen van het wetsvoorstel speelcasinoregime. Maar goed, daar moeten we dus nog even geduld voor hebben. Voor nu richten we ons vooral op morgen, op het voorstel KOA. First Things First.

Gerelateerde content

show