Nieuws & Acties

Verslag debat eerste kamer Wet Kansspelen op Afstand (KOA)

Op 5 februari 2019 was het dan zover: het moment dat de Eerste Kamer het Wetsvoorstel Kansspelen op afstand in plenaire behandeling nam. Wat dat betekent? Dat de ministers de mogelijkheid hebben besproken om online kansspelen in Nederland te legaliseren. En dat leverde in dit geval zowel voor- als tegenstanders op.

update 11 februari 16:00: samenvatting brief van minister Dekker

Lees hier het verslag van het tweede deel van het debat dat plaats vond op 12 februari en onze voorspelling van de uitslag van de stemming op 19 februari

eerste kamer plenaire vergadering wet kansspelen op afstand

Hoewel debatten in politiek Den Haag altijd om van te smullen zijn, wordt het nog boeiender als het een onderwerp betreft dat ons dagelijks bezighoudt: de Nederlandse gokmarkt. Reden genoeg dat we er verwachtingsvol voor klaar zaten,net als honderden andere kijkers van het gestreamde live debat. Op het hoogtepunt waren er zelfs 350 kijkers, en zonder te willen speculeren dat het om alleen maar voorstanders ging, kunnen we ons wel voorstellen dat iedereen zo snel mogelijk uitsluitsel wil. Toch zullen we met z’n allen in elk geval tot dinsdag 12 februari geduld moeten hebben, dan wordt het debat namelijk hervat.

Samenvatting debat wet op kansspelen

Het wetsvoorstel Kansspelen op afstand(Wok) moderniseert de Wet op de kansspelen en de Wet op de kansspelbelasting (Wet KSB). Dit wetsvoorstel moet het onder strenge voorwaarden mogelijk maken dat online kansspelen in Nederland kunnen worden gespeeld. Tijdens het debat is gebleken dat een aanzienlijk deel van de Kamer twijfels heeft over de handhaving van de wet, de waarschijnlijke toename van gokverslaafden, de negatieve invloeden van gokreclames en hoe er onderscheid moet worden gemaakt tussen legale en illegale aanbieders. Ondanks de antwoorden van minister Sander Dekker van Rechtsbescherming en staatssecretaris Menno Snel van Financiën zit het grootste deel van de Eerste Kamer met vragen. SP-senator Arda Gerkens heeft daarom namens de andere woordvoerders aan minister Dekker gevraagd om uiterlijk vrijdag 8 februari met een brief te komen waarin gedetailleerd antwoord wordt gegeven op deze vragen. Op grond daarvan wordt het debat op dinsdag 12 februari in tweede termijn voortgezet.

 “Niet de heilige graal die alle problemen oplost, wel een forse stap voorwaarts.”

Eerste Kamerlid PVV René Dercksen over het wetsvoorstel KOA

Wat zijn de belangrijkste vraagtekens?

Ondanks dat er vooralsnog nog geen eenduidig antwoord is, valt er wel genoeg te melden over het debat dat maar liefst 9 uur duurde. Grofweg gezien kan het debat worden onderverdeeld in een aantal onderwerpen die hieronder zullen worden besproken:

  1. Hoeveel vergunningen moeten er in Nederland worden uitgegeven?
  2. Wat is de aanpak wat betreft de afdracht voor goede doelen?
  3. Welk beleid wordt gevolgd voor de reclame voor kansspelen?
  4. Hoe moet worden omgegaan met de gateway van gaming tot gambling (lootboxen)?
  5. Wat moet er worden gedaan met online operators zich niet aan de wet hebben gehouden? Is een afkoelperiode een mogelijke oplossing?
  6. Hoe moet voor een balans worden gezorgd tussen winstmaximalisatie en gokverslavingspreventie?
  7. Komt de plicht kansspelbelasting bij de aanbieder of bij de speler te liggen?
  8. Moet er een IP en/of DNS-blokkade in Nederland komen?

1. Verwachte aantal vergunningen in Nederland

Meerdere malen wordt een aantal van 45 vergunningen aangehaald in het debat, maar dat lijkt vooralsnog niet vast te staan. Wel lijkt duidelijk dat dit aantal een ondergrens betreft. Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming geeft aan hij uitgaat van minstens 40 à 45 vergunningen. De reden voor dit relatief grote aantal? Om genoeg variatie te kunnen bieden.

2. Afdracht goede doelen

Legale aanbieders zoals de Lotto en de Staatsloterij ondervinden hevige concurrentie van illegale aanbieders, en dat heeft z’n consequenties. Zo komen de afdrachten van de Toto aan goede doelen onder druk te staan. Illegale aanbieders dragen op hun beurt weer niets af aan goede doelen en dat is oneerlijk. De afdracht aan goede doelen en het maatschappelijke karakter van vooral aanbieders van sportweddenschappen zijn daarom een vraagstuk.

3. Reclame voor kansspelen

Terwijl sommige Eerste Kamerleden stellen dat vergunninghouders zelf kunnen inschatten of ze al dan niet reclame moeten maken, wordt ook onderstreept dat er genoeg spelers zijn die simpelweg gevoelig zijn voor gokreclames. Zo wordt bijvoorbeeld aangehaald dat reclames voor roken verboden zijn, net als dat geldt voor drugs. De reden daarvoor? Om verslavingen te voorkomen. Waarom moet er dan wel reclame voor gokken kunnen worden gemaakt? Wat opvalt is dat de meningen over de exacte invulling van het reclamebeleid nogal uiteen lopen. Zo wordt onder meer ingehaakt op de volgende discussiepunten:

  • Vermijden van jongeren: het kabinet geeft aan dat gokreclames niet op jongvolwassenen gericht mogen zijn. Hoe dat moet worden vermeden is echter lastig in te vullen. André Postema (PvdA) zegt daarover: “We weten allemaal dat jongeren niet na de Fabeltjeskrant gaan slapen.” Daarmee verwijst hij naar een reclameverbod op tv op bepaalde tijdstippen. Diederik van Dijk van de SGP stelt juist de vraag of reclame verboden moeten worden in de buurt van onderwijsinstellingen?
  • Al veel reclame: Arda Gerkens van de SP komt met het argument dat er juist al een overvloed bestaat aan reclames voor kansspelaanbieders. Daarover zegt ze: “Overal, op straat en via reclame voor dezelfde producten, staan verleidingen: kraskaarten, loterijen en speciale trekkingen. Voor maar €2 speel ik al mee met de Lotto en voor €5 kan ik heel december iedere dag mijn kraslot open krassen”.
  • Nieuwe markt heeft promotie nodig: als kansspelen in Nederland worden gereguleerd dan ontstaat er een heel nieuwe markt. Deze markt heeft volgens Sophie van Bijsterveld van de CDA juist reclame nodig, ondanks het feit dat ze van mening is dat de reclames niet op jongvolwassenen mogen zijn gericht. Wel zegt ze dat “het legale aanbod in Nederland zich ook bekend moet kunnen maken”.

“het legale aanbod moet zich natuurlijk ook bekend kunnen maken in Nederland¨

Sophie van Bijsterveld (CDA) over eventuele gokreclames

4. Zorgen over de overlap tussen gaming en gambling

Games en kansspelen raken steeds meer met elkaar verweven; het is de laatste tijd al vaker onderwerp van discussie geweest. Erg verwonderlijk is dat niet; ze worden op het internet lang niet altijd gescheiden van elkaar aangeboden. Binnengames duiken gok elementen op en typische kansspelen als roulette kunnen als spelletje worden gespeeld. Ook de kwestie rondom lootboxes (virtuele schatkisten die spelersvoordelen opleveren en tegen betaling kunnen worden aangeschaft) levert een hoop discussie op in zowel Nederland als in het buitenland. Lees hier meer over de kwestie rondom lootboxes.

5. Al dan niet weren van bestrafte online operators

Ondanks het verbod van onlinekansspelen in Nederland zijn er toch buitenlandse aanbieders geweest die zich nadrukkelijk op de Nederlandse consument hebben gericht. Het gevolg? Boetes van honderdduizenden euro’s. Volgens meerdere Eerste Kamerleden zouden alle partijen die zich de laatste jaren schuldig hebben gemaakt aan illegale kansspelen in Nederland, bestraft moeten worden. Hoe? Door vanuit het buitenlandh un activiteiten te richten op Nederlandse spelers. De website van buitenlandse online operators zijn immers gewoon toegankelijk op het Nederlandse wet aangezien er geen IP of DNS-blokkades zijn. Onlineaanbieders die al zijn beboet, waren onder andere: Come-On, Betsson met Kroon en Oranje Casino, Mr Green en 7Red. Voor een volledig overzicht van overtreders van de wet op kansspelen verwijzen we je naar de sanctiebesluiten op de site van de kansspelautoriteit.

6. Marktwerking en winstmaximalisatie vs. verslavingspreventie

Bij het reguleren van de markt is het de verwachting dat spelers zich moeten registreren met een bsn-nummeren inzetlimieten moeten instellen, net als de mogelijkheid moeten hebben om zich uit te sluiten voor online kansspelen. Dat klinkt allemaal natuurlijk heel erg nobel, maar laten we vooral niet vergeten dat de gebruikelijke kenmerken van een markt -winstmaximalisatie – in schril contrast staat met deze doelen. Achter dit spelletje zit namelijk een enorme industrie die maar één doel heeft: winst maken. Er is daarom een voortdurend spanningsveld tussen winstmaximalisatie en verslavingspreventie. Natuurlijk, er komt een verslavingspreventiefonds en er komen zelfs gepersonaliseerde pop-ups die voor gokverslavingen waarschuwen. Maar het valt niet te ontkennen dat aanbieders zich in een conflictueus gebied bevinden tussen winst maken en je goed gedragen. Nogal een dilemma.

“Geldzucht is de wortel van alle kwaad”

Mirjam Bikker (Christenunie)

7. Plicht kansspelbelasting bij aanbieder of bij speler

Een van de voornaamste redenen om online gokken te reguleren, is dat er anders elk jaar miljoenen euro’s via de achterdeur verdwijnen. Veel Nederlandse politici pleiten daarom voor de wet zodat er geld in het laatje wordt gebracht. Waar eerst de speler zelf met 5% werd belast op winsten bij de Toto hoger dan €449, moet voortaan de organisator 29% belasting betalen. Wordt er voor deze opzet gekozen? Dan wint de speler, want die krijgt een betere rechtspositie ten opzichte van de aanbieder.Ook de Belastingdienst wint, want we hebben het hier over een miljoenenindustrie. Hoeveel miljoen? Nou, in de Rijksbegroting 2019 wordt voor sportweddenschappen alleen al rekening gehouden met 6 miljoen aan belastinginkomsten in 2020. Vanaf 2021 zou dat zelfs 12 miljoen moeten zijn. Saillant detail is dat spellen zoals bingo,blackjack en poker niet eens zijn meegenomen in de begroting.

8. IP en of DNS-blokkade in Nederland

Hoewel het aanbieden van onlinekansspelen in Nederland verboden is, wil dat niet zeggen dat Nederlandse spelers geen gokje kunnen wagen. De reden daarvoor is simpel. Websites van buitenlandse aanbieders zijn namelijk ‘gewoon’ toegankelijk op het Nederlandse web. En dat verbaast André Postema van de PvdA nogal. Want “blijkbaar vinden de indieners en deminister, de bestrijding van het illegale aanbod ook weer niet zó belangrijk dat het blokkeren van deze schadelijke kansspelwebsites tot de mogelijkheden behoort”. Postema verlangt daarom meer duidelijkheid over de criteria die de Nederlandse overheid hanteert bij het al dan niet inzetten van DNS- en IP-blokkades en andersoortige interventies. Waarom dit tot dusver niet is gedaan? Omdat er een vrij verkeer van goederen en diensten geldt binnen de Europese Unie. Daardoor zijn deze blokkades dus in strijd met de EU-richtlijnen.

Standpunten per partij

Van gokreclames tot aan belastingen en van IP-blokkades tot aan goede doelen; het zijn nogal wat kopzorgen die het voorstel met zich meebrengt. Toch kan er al wel een eerste balans worden opgemaakt. Zo is er een aantal onderwerpen waar de Eerste Kamerleden het (grotendeels) over eens zijn en waar ze het (grotendeels) over oneens zijn.

1. Waar is men het over eens?

  • Preventie gokverslaving en verantwoord gokken: gokverslaving en moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Mochten er toch gokverslavingen ontstaan, dan is het de taak van de Nederlandse overheid om voor een adequaat vangnet te zorgen.
  • Modernisering wet op kansspelen: de huidige wetgeving dateert van 1964 en is nodig aan vervanging toe. In de tijd dat de wet werd geschreven bestonden er nog geen online kansspelen en het is daarom de hoogste tijd voor een actualisering.
  • Gevaren overlap gaming en gambling: steeds vaker wordt gewaarschuwd voor in-game elementen die verslavingen zouden stimuleren en dat besef lijkt ook bij de Eerste Kamerleden te bestaan. Het verbod op lootboxes moet in stand blijven.

2. Waar is het men het niet over eens?

  • Legalisering online gokken: legalisering van online kansspelen betoogt voor de normalisering van gokken en maakt het daardoor laagdrempeliger. Voor sommige Eerste Kamerleden is gokken net zo’n taboe als sigaretten, drank en drugs.
  • Reclame voor online casino’s: of er überhaupt gok gerelateerde reclames moeten worden toegestaan is een eerste kwestie en mocht dat toch het geval zijn, dan valt er nog genoeg te bespreken over hoe jongere spelers moeten worden vermeden.

3. Waarover wordt nog getwijfeld?

  • Aantal vergunningen: het reguleren van de online gokmarkt betekent automatisch ook dat er vergunningen moeten worden uitgegeven. Alhoewel er een indicatie is gegeven van 40-45 vergunningen, ligt het daadwerkelijke aantal nog niet vast.
  • Aanpak van bestrafte online operators: operators die zich niet aan de wet hebben gehouden, moeten worden bestraft. Daar lijken de Eerste Kamerleden het wel over eens. Toch blijft de vraag op welke manier dat precies moet gebeuren.
  • Balans winstmaximalisatie en verslavingspreventie: dat online operators zoveel mogelijk geld willen verdienen is op zich meer dan logisch. En toch zullen ze hun bezoekers zoveel mogelijk moeten wijzen op de nadelen van gokken. Een tegenstrijdig streven dat bij de meeste Eerste Kamerleden vraagtekens oproept.
  • Plicht kansspelbelasting: dat de kansspelbelastingen een aantrekkelijke inkomstenbron zijn voor de Belastingdienst, ook daar is iedereen het over eens. Maar bij wie komt de belastingplicht te liggen? Bij de online aanbieder of bij de speler?
  • IP/DNS-blokkades: illegale aanbieders moeten worden geweerd. Dat kan bijvoorbeeld met IP/DNS blokkade, maar dat druist weer in tegen het principe van vrij internet verkeer en informatie.

Conclusie

Afgaande op de laatste sentimenten lijkt het wetsvoorstel wel degelijk kans van slagen te hebben.Sterker nog, we zijn bij Casino.nl licht optimistisch over de slagingskansen. Terwijl de meeste partijen (zoals de VVD, D66,GroenLinks, PvdA en PVV) al in de Tweede Kamer voor het ingediende wetsvoorstel stemden, is nu te hopen dat de christelijke partijen zoals de CDA en de ChristenUnie in de Eerste Kamer ook water bij de wijn zullen doen. Bij het opmaken van de balans kunnen we nog geen unaniem oordeel vellen, dat zul je al begrepen hebben. Toch lijkt het erop dat we (voor nu) de volgende onderverdeling kunnen maken:

Voorstanders:

  • René Dercksen (PVV): beschouwt het wetsvoorstel niet als perfect, maar wel als een forse stap vooruit.
  • Margo Andriessen (D66): ziet de wet als een kans om gokverslavingen aan te pakken en illegale aanbieders te weren.
  • Sophie van Bijsterveld (CDA): is voor legalisering, maar niet met het huidige wetsvoorstel.
  • Menno Knip (VVD): wil opheldering over de controle online kansspelen in vergelijking met cafébezoek. Vindt wetsvoorstel wellicht zelfs iets te streng.

Neutraal:

  • André Postema (PvdA): vindt het onverstandig om zowel de online als fysieke kansspelmarkt gelijktijdig te liberaliseren, wil opheldering over afkoelingsperiode illegale aanbieders, en vindt dat er te veel onduidelijkheid is over het beleid omtrent gokreclames.
  • Arda Gerkens (SP): is voorstander van meer bevoegdheden voor de KSA, maar vindt dat er geen duidelijk antwoord is over hoe het legale aanbod aantrekkelijker moet worden voor spelers dan het illegale aanbod.
  • Henk ten Hoeve (OSF): is van mening dat de overheid geen ethisch oordeel behoort te hebben, maar wel verantwoordelijkheid dient te nemen om persoonlijke en maatschappelijke schade zoveel mogelijk te beperken.

Tegenstanders:

  • Mirjam Bikker (ChristenUnie): ziet gokken als het kwaad en vindt dat illegale aanbieders geweerd moeten worden door online blokkades.
  • Diederik van Dijk (SGP): faciliteren en geld verdienen aan gokken is volgens Van Dijk geen taak van de overheid.
  • Tineke Strik (GroenLinks): vindt dat illegale aanbieders ook kunnen worden geweerd zonder de markt voor kansspelen te reguleren.
  • Niko Koffeman (PvdD): vindt online gokken maatschappelijk gezien onwenselijk, maar ziet wel het financiële potentieel. Wil meer duidelijkheid over hoe aanbieders ‘enigerlei’ in Nederland moeten zijn gevestigd.

“Faciliteren en geld verdienen aan gokken is geen taak van de overheid

Diederik van Dijk (SGP)

Opvallende verwijzingen tijdens het debat

Waar gedebatteerd wordt, worden verwijzingen gebruikt om standpunten kracht mee te geven, en aan opvallende uitspraken was geen gebrek. We lichten er drie uit:

Drank, drugs en stress onder Nederlandse online casinomedewerkers Malta

René Dercksen van de PVV lijkt voorstander van het wetsvoorstel, maar uitte wel duidelijk zijn zorgen over de gang van zaken op Malta. Door het ontbreken van een gereguleerde markt zijn veel Nederlandse online casino’s namelijk naar het Mediterrane eiland verhuisd om vanuit daar hun onlinekansspelen aan te bieden. Hoewel de Maltese vergunning hoog staat aangeschreven, is het volgens een zorgwekkend artikel van de Telegraaf  ‘Russisch roulette’ binnen de Nederlandse gemeenschap onlinecasinomedewerkers. Zo zouden veel Nederlandse jongeren naar de dranken drugs grijpen, onder meer om de hoge werkdruk te doorstaan. Dat erde laatste jaren al meerdere Nederlandse doden zijn gevallen, baart dan ook reden tot zorg. Dercksen wil meer duidelijkheid hoe er wordt omgegaan met deze van origine Nederlandse aanbieders als ze vanuit Nederland hun diensten aanbieden.

1,8 miljoen Nederlandse gokkers goed voor 600 miljoen euro

Terwijl er in 2016 nog 1,5 miljoen Nederlanders waren die wel eens online gokje waagden, lag dat aantal eind 2018 alweer op 1,86 miljoen. Het was Niko Koffeman van de PvdD die tijdens de vergadering verwees naar de onderzoeksresultaten van Holland Casino waaruit deze cijfers blijken. Hoewel Koffeman zelf tot de tegenstanders lijkt te behoren, ziet hij ook de kansen in. Samen zouden de 1,8 miljoen Nederlandse gokkers namelijk een bedrag van 600 miljoen euro per jaar omzetten. Aan belastingen alleen al zou dat de Nederlandse staat 175 miljoen euro per jaar opleveren.

Overlap tussen games en gokken

André Postema van de PvdA lijkt vooralsnog neutraal te zijn, maar liet tijdens het debat wel weten over verschillende aandachtspunten nog z’n twijfels te hebben. Dat deed hij onder meer door in te gaan op de overlap tussen games en gokken en dan in het bijzonder over de lootboxes. Tijdens zijn betoog verwees hij daarbij onder meer naar het onderzoek van de Kansspelautoriteit waaruit is gebleken dat één op de twee gamende jongeren online de overstap van gamen naar gokken maakt. Hoewel het verwerken van lootboxes in games al sterk is beperkt, is dit ongetwijfeld een kwestie die nog wel vaker aan bod zal komen tijdens de volgende debatten.

Factchecks

Ook de nodige feiten mogen tijdens een heus debat niet ontbreken. Hoewel we dat de politici maar moeilijk kwalijk kunnen nemen, beschouwen we het wel als onze roeping om deze‘feitjes’ op hun waarheidsgehalte te checken. We hebben er daarom twee claims uitgepikt:

Claim 1: “Regulering in buurlanden laat hoger risico gokverslavingen zien”

Regulering betekent simpelweg dat meer mensen risico lopen op gokverslavingen, zo blijkt althans in buurlanden. Het is Mirjam Bikker van de Christenunie die met deze claim komt.

Factcheck: om deze bewering te accepteren dan wel te verwerpen, hebben we gekeken naar de onlinegokmarkten in België en Denemarken.

  • België: bij onze zuiderburen bleek onlangs het aantal online gokinzetten in drie jaar te zijn verdubbeld. Ook het aantal gokverslaafden is daar de laatste jaren flink toegenomen, ook vanwege de toegankelijkheid van online gokken. Daarbij moet wel als kanttekening worden geplaatst dat het gros van de verslavingen voortkomt uit de sportweddenschappen, die zowel een stuk toegankelijker zijn geworden als diverser in hun wedelementen. Terwijl je van oudsher naar het wedkantoor ging om de uitslag van een wedstrijden te voorspellen, kun je tegenwoordig op elk moment van de wedstrijd online inzetten op de meest uiteenlopende wedstrijdelementen.
  • Denemarken: ook de situatie in Denemarken is volgens minister Dijkhoff (VVD) zorgelijk. Dat gaf de fractievoorzitter van de Tweede Kamer in 2017 althans aan. Denemarken lijkt volgens de minister qua gokcultuur sterk op Nederland en laat het aantal verslavingen daar nu sinds 2006 zijn vertienvoudigd. Voor Denemarken geldt als kanttekening dat online gokken sinds 2012 is gereguleerd. Net als voor België valt te zeggen dat een deel van deze gokactiviteiten plaatsvindt bij illegale aanbieders.

Conclusie: laten we het zo zeggen dat regulering van de online gokmarkt er in elk geval niet voor zorgt dat het aantal verslavingen daalt. Sterker nog: afgaande op landen als België en Denemarken lijkt het zelfs voor de hand te liggen dat het aantal verslavingen ook in ons land zal toenemen. Wel moet daarbij nadrukkelijk worden vermeld dat de sportweddenschappen daar een grote rol bij spelen en dat lang niet alle verslaafde gokkers bij een gereguleerde aanbieder spelen. We kunnen ons de zorgen van Mirjam Bikker echter wel voorstellen.

Claim 2: “Crimineel circuitverdient met illegale kansspelen sneller geld dan met de drugshandel.”

Volgens André Postema van de PvdA zou er in het criminele circuit “makkelijker en sneller geld verdiend worden dan met de drugshandel”. Zou het waar zijn?

Factcheck: van de bovengenoemde 1,8 miljoen Nederlanders die illegaal online gokt, speelt dus niemand in een, volgens de Nederlandse wetgeving, gereguleerde omgeving. Ook wordt er in Nederlandse fysieke horecazaken jaarlijks voor miljoenen euro’s illegaal gegokt op sportwedstrijden. De KSA deed in 2018 daarom ook meerdere invallen en rolde daarbij onder meer gokzuilen op. Dit zijn computersystemen waarbij illegaal kan worden gegokt op sportwedstrijden. Recente schattingen laten zien uit dat er elk jaar zo’n 37 miljoen euro omgaat in gokzuilen.

Conclusie: dat er miljoenen worden omgezet in het illegale gokcircuit lijkt ons duidelijk en dater ook geld wordt witgewassen met online kansspelen is dat ook, maar om nu te stellen dat er meer geld wordt omgezet met illegale kansspelen dan met drugs, lijkt ons wat moeilijk te vergelijken. Echter, dat er criminelen zijn die simpelweg de aandacht verleggen van drugshandel naar illegale kansspelen, is op zich wel een aannemelijke claim.

Gebruikte analogieën

“Ik betreed het café, geef mijn burgerservicenummer, toon mijn paspoort of rijbewijs, en geef inmijn drinkprofiel op dat ik niet meer dan drie biertjes per avond wil drinken. Er wordt een persoonsdossier aangemaakt. De man achter de tapkast houdt mij strak in de gaten en wanneer ik mijn tweede biertje bestel, stuurt hij mij een mailtje dat de tweede bestelling wel erg snel volgt op de eerste consumptie.”

Het is Menno Knip van de VVD die met deze analogie komt, om niet veel later te vervolgen:

Als ik te lang door drink, wordt mijn overweging gegeven mij vrijwillig voor zes maanden te laten schorsen, omdat ik kennelijk tekenen van verslaving vertoon. Wanneer ik ten slotte uit onmacht begin te schreien, word ik beoordeeld als”verslaafd” en tegen mijn zin voor een half jaar geschorst. Van mij wordt verwacht dat ik mij alsdan laat behandelen.”

Wat Knip met de analogie wil duidelijk maken is dat het beoogde preventiebeleid van nieuwe gokwet ‘betuttelend’ en daarmee niet realistisch is. Natuurlijk moet de gokker worden geïnformeerd over de gevaren, net zoals dat geldt voor mensen die alcohol consumeren. Toch mag volgens Knip niet worden vergeten dat het uiteindelijk de gokker zelf is die verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen gedrag moet nemen. Het bij de hand nemen van de speler is slechts tot op zekere hoogte nuttig. Maar het blijkt uiteindelijk een eigen keuze.

Reacties op sociale media

De plenaire vergadering kon live worden gevolgd via de livestream van de Eerste Kamer, en dat is gedaan ook. Zo waren er om 13:00 uur, op het hoogtepunt van het debat, zo’n 350 kijkers. Dat lijkt op zich nog niet bijster veel, maar laten we niet vergeten dat het zo’n 9 uur duurde. Hoe er op sociale media werd gereageerd? We nemen een aantal reacties met je door.

Nagenieten van het debat @EersteKamer

Reclame noodzakelijk @VerantwSpelen

Niet overtuigd @CU_EersteKamer

Betere controle mogelijk @D66_EersteKamer

Verzoek minister Dekker om brief, tweede termijn op 12-2 @EersteKamer

Standpunten Casino.nl

Tuurlijk, wij willen bij Casino.nl dat de nieuwe Wet op de kansspelen zo snel mogelijk wordt gelegaliseerd. Dat zou immers het moment zijn waar we met z’n allen zo lang naartoe hebben geleefd. Maar ondanks het feit dat we ons de laatste jaren groen en geel hebben geërgerd over de gang van zaken, willen we niet dat de gokwet er ten koste van alles komt. Want hoe graag we ook een gokje wagen op het internet, uiteindelijk draait het er wel om dat de speler terechtkan in een veilige speelomgeving. Onze standpunten zijn dan ook als volgt:

  • Preventie gokverslavingen: een online gokje wagen is hartstikke spannend en leuk, maar verslaving en gokschulden moeten altijd bestreden worden. We zijn ons ervan bewust van wat de persoonlijke en maatschappelijke schade van verslavingen kunnen zijn.
  • Reguleren beter dan verbieden: er zijn meer mensen die op een verantwoorde manier genieten van kansspelen dan mensen die problemen creëren voor zichzelf en anderen. Deze mensen verdienen het om te spelen in een beschermde omgeving.
  • Plicht Casino.nl: wij zijn fan van de entertainmentwaarde die gokken biedt en streven naar een veilige en verantwoorde speelomgeving voor liefhebbers van kansspelen. Net als de overheid, zien we het als onze taak om voorlichting te geven en te helpen bij het tijdig constateren en aanpakken van probleemgevallen.
  • Maatschappelijk karakter: we kunnen er niet omheen draaien: er gaat een enorme hoeveel geld om in de kansspelindustrie en het is niet meer dan logisch dat andere stakeholders hier ook voordeel van moeten ondervinden. Wij zijn van mening dat een deel van de opbrengsten gebruikt moet worden voor goede doelen en onderzoek naar bijvoorbeeld consumentengedrag en verslavingspreventie.

Volgende stappen:

What’s next? Na uren lang met onze neus bovenop het scherm te hebben gezeten, is het tijd om de balans op te maken. Voor nu zijn de conclusies als volgt:

  • Debat wordt dinsdag 12 februari voortgezet.
  • Minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker dient uiterlijk vrijdag 8 februari met een brief te komen waarin nader antwoord wordt gegeven op de vragen:
  1. Precieze definitie van wat “een illegale aanbieder van online kansspelen is”.
  2. Hoe de motie Bouwmeester moet worden uitgevoerd? Bestrafte illegale aanbieders zouden volgens deze opzet geen vergunning moeten krijgen. Dit wijkt af van de voorgestelde afkoelperiode van 2 of 3 jaar.
  3. Hoe reclame voor online gokken moet worden gereguleerd en welke handhavingsgrondslag hij hiervoor wil hanteren, bijvoorbeeld op sociale media.
  4. Hoe illegale websites moeten worden aangepakt. Ook dient een nadere toelichting te worden gegeven hoe dat bestuursrechtelijk mogelijk moet zijn.

Brief minister Dekker

update 11 februari 2019

Tijdens de plenaire vergadering heeft de Eerste Kamer aan minister Sander Dekker gevraagd om met een brief nader in te gaan op de belangrijkste onbeantwoorde vraagstukken. Dat is inmiddels gedaan en volgens de minister kunnen de vraagstukken worden onderverdeeld in drie tal kernvragen:

  1. Wat wordt bedoeld met een ‘illegale aanbieder’ en op basis waarvan kan de motie-Bouwmeester c.s. worden uitgevoerd?
  2. Moeten gok gerelateerde reclames worden toegestaan en zo ja, op welke manier?
  3. Welke aanpak moet worden gevolgd om illegale goksites te weren? Hoe kan het Wetboek van Strafrecht worden toegepast om dit mogelijk te maken?

De antwoorden:

1. Illegale aanbieders en de motie Bouwmeester c.s.

De motie-Bouwmeester c.s. gaat er van uit dat elke aanbieder die niet over een Nederlandse vergunning beschikt, maar desondanks toch online kansspelen aanbiedt in Nederland, illegaal bezig is. Om wel in aanmerking te komen voor een vergunning moeten aanbieders aantonen dat ze zich kunnen gedragen.

  • Afkoelingsperiode: de KSA is verantwoordelijk voor de gokvergunningen en zal daarbij meenemen of een aanbieder zich in het verleden ook daadwerkelijk heeft kunnen gedragen. Deze beoordeling moet plaatsvinden op basis van het voorgestelde artikel 31i, eerste en vijfde lid, van het wetsvoorstel. Daarbij wordt gekeken naar de antecedenten, organisatiestructuur en financieringsstructuur, en dus het gedrag van een operator tot dusver. Het eventueel tijdelijk weren van een operator via een zogenaamde afkoelingsperiode kan worden gerechtvaardigd door dwingende redenen die van algemeen belang zijn en daarnaast voldoen aan de voorwaarden die het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft opgesteld. De voorgestelde afkoelingsperiode voldoet daaraan, mits de duur daarvan ook rechtvaardig is.

2. Regulering gokgerelateerde reclames

Met het wetsvoorstel moeten strenge regels gaan gelden voor gokgerelateerde reclames. Daarbij wordt gestreefd naar een zekere balans, wat betekent dat een totaal verbod niet wenselijk is. Gokkers die spelen bij illegale aanbieders moeten namelijk naar de legale markt worden bewogen en daarom is promotie en dus reclame wenselijk.

  • Strikte voorwaarden: toch is het alleen onder strikte voorwaarden toegestaan om reclame te maken. Zo mogen de reclames niet gericht worden op kwetsbare groepen. Specifiek gezien gaat het hierbij om spelers onder de 24 jaar en gokkers die al risicovol speelgedrag laten zien. De reclames mogen daarom niet plaatsvinden tussen 6:00 en 19:00 uur. Daarnaast mogen geen:
  • Gokreclames zichtbaar zijn in videogames en social media-games of op sites waar deze games kunnen worden gespeeld.
  • Bekende sporters, influencers of bekende vloggers (met veel jongere volgers) worden ingezet.
  • Product plaatsingen worden gedaan.
  • Reclames tijdens live sportweddenschappen worden gemaakt.

3. Wetboek van Strafrecht en het weren van illegale goksites

Met het amendement Swinkels/Verhoevenis de mogelijkheid om het internetverkeer te manipuleren, te blokkeren of te filteren weggevallen. Toch zijn er ook andere opties:

  • Mogelijkheden om illegale websites te weren: dat kan door bijvoorbeeld door de betaaldiensten te blokkeren. Ook kunnen appstores worden verplicht om illegale websites te weren uit hun aanbod.
  • Kanttekening: bij het volgen van de strafrechtelijke procedure kan ook artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht worden gebruikt. Omdat er voor de KSA met het wetsvoorstel voldoende andere opties zijn om het illegale aanbod te weren, zal de strafrechtelijke procedure in de praktijk waarschijnlijk niet vaak voorkomen.

Planning tweede plenaire vergadering

De antwoorden uit de brief van minister Dekker vormen de basis voor de plenaire vergadering van dinsdag 12 februari. Daarbij wordt de volgende planning aangehouden:

  • 14.05 – 15.00 uur Repliek
  • 15.00 – 15.45 uur Dupliek

Gerelateerde content

show