februari 16, 2015 11:09 am

Valsspelen is van alle tijden

Met enige regelmaat komen verhalen over valsspelen tijdens een potje poker, baccarat of een ander gokspel in het nieuws. In een spel waar veel geld rond kan gaan, is een greep doen naar de pot natuurlijk erg verleidelijk. Ook de Oude Romeinen waren zich hier bewust van. Dobbelen en gokken waren in het klassieke Romeinse rijk populaire vermaken. Ook werd er gegokt op paardenrennen of gladiatorengevechten. Hoe je valsspel tegen kon gaan, was een kwestie waar goed over na werd gedacht.

Geschiedenis van het gokken
De dobbelsteen zoals wij hem nu kennen, dateert van omstreeks drieduizend voor Christus. Een oud Indiaas gedicht waarschuwt al voor de gevaren om ermee te spelen. De God Savitr zegt erin: “Speel niet met dobbelstenen, maar verheug je in je bezittingen, schenk aandacht aan je vee en je vrouw”. Historici denken dat een vorm van gokken over het algemeen in elke beschaving plaatsvond; het is dan ook een van de oudste tijdsbestedingen van de mens.

Het kaartspel vindt zijn oorsprong in het twaalfde-eeuwse China. Een wijd scala aan spelletjes werd daarmee geïntroduceerd om mee te gokken. Loterijen vonden al plaats in de Romeinse tijd. Op een feestdag wierp de keizer soms briefjes naar het volk toe. Enkele van deze briefjes waren dan goed voor een prijs zoals graan, olie of geld.

Bedrog
Dat je met gokken geld kan verliezen, en dat daarbij wel eens bedrog in het spel is, is natuurlijk geen nieuws. De oude Romeinen waren daarvan al goed op de hoogte. Zo raakte keizer Augustus tijdens een dagje dobbelen met vrienden een bedrag van omgerekend tienduizenden euro’s kwijt. De achterkleinzoon van Augustus, keizer Caligula, was een gewiekste valsspeler, die geen middel schuwde om zijn medespelers financieel uit te kleden. En Caligula’s opvolger Claudius hield zo van gokken dat hij er zelfs een lijvige studie over schreef. Voor hun kansspelen gebruikten de Romeinen spelborden. Vaak waren dergelijke speelvelden ook in de openbare ruimte te vinden, waar ze in steen werden gekrast. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de treden van de basilica Julia, een grote markthal midden op het Forum, in het centrum van Rome. Als je genoeg had van het winkelen, kon je daar dus even pauzeren en je geluk in het spel beproeven.

Romeinse dobbeltoren
Om bedrog bij het werpen van de dobbelstenen tegen te gaan, ontwierpen de Romeinen torentjes van fijn bewerkt koper, zoals het exemplaar op de foto, dat ongeveer 22,5 cm hoog is. De dobbelstenen werden hier aan de bovenzijde in geworpen. Via een tweetal schuin aflopende, haaks op elkaar staande vlakke plaatjes aan de binnenzijde kwamen de dobbelstenen beneden aan en rolden er vervolgens via een trappetje uit. Niet alleen deze constructie, maar ook de tekst op de voor- en achterkant van het torentje moest aanmoedigen tot zorgeloos gokken. Vrij vertaald staat er: ‘De Picten zijn overwonnen, de vijand is verslagen; maak er gebruik van, mazzelaar, en speel onbekommerd.’


Gecategoriseerd:
Geschreven door